Gemaakt om lang mee te gaan.

Niet om de laatste mode te volgen.

Om kleding te maken die je lang zult dragen, pakken we het zo aan.

De zwakke plekken vinden

Eerst brengen we alle zwakke plekken in kaart die ervoor zorgen dat je een kledingstuk normaal gesproken uiteindelijk weggooit. Pilling, krimpen, vervorming, verkleuring… We proberen niets te vergeten.

Let op, werk in uitvoering

Vervolgens werken we samen met onze fabrieken om die problemen op te lossen. Vaak is het belangrijkste juist wat je niet ziet: de lengte van de vezels, de soorten garens, de verfrecepten... Voor elk zwak punt proberen we een oplossing te vinden en maken we het ene prototype na het andere.

Testen en opnieuw testen

Vervolgens testen we de duurzaamheid van deze prototypes in onafhankelijke labs... en door ze zelf veel te dragen. We vergelijken ze met andere kledingstukken op de markt, en zolang we niet tevreden zijn met het resultaat, blijven we sleutelen.

Naar je luisteren

In plaats van energie te steken in het zoeken naar een compleet nieuw design, verbeteren we liever ons product zodat elke “generatie” beter is dan de vorige. Daarom vragen we de mensen die ze dragen regelmatig wat we aan onze kleding zouden kunnen verbeteren.

Duurzaam maar niet eeuwig

Een onverwoestbaar kledingstuk ontwerpen is niet zo ingewikkeld: je maakt het gewoon van 100% polyester. Maar omdat dat niet lekker draagt en ook niet erg duurzaam is, proberen we zo min mogelijk synthetische materialen te gebruiken.

Hoe stevig ze ook zijn, onze kleding gaat dus niet eeuwig mee. Natuurlijke materialen slijten na verloop van tijd door het dragen en wassen. Om ze echt lang mee te laten gaan, moet je er dus goed voor zorgen. En dat kun je leren.